Voorbeeld: Universele locomotief serie 750 van de Tsjechische spoorwegen (České drahy ČD). Zijn markante uiterlijk bezorgde hem de bijnaam duikbril of brilslang (Brejlovec). Bouwjaar vanaf 1970.
Highlights
Model: Onderstel en opbouw van spuitgietmetaal. Ingebouwde digitale decoder en geluidsgenerator voor gebruik met DCC, Selectrix en Selectrix 2. Motor met vliegwiel, 4 aangedreven assen, antislipbanden. Frontverlichting en sluitseinen met de rijrichting wisselend, met warmwitte ledlampjes, cabineverlichting, digitaal schakelbaar. Lengte over de buffers 104 mm.
Een bij deze locomotief passend personenrijtuig is leverbaar onder artikelnummer 15695 en 15696.
"Duikbril“ – series 750, 753 en 754 van de ČD, ČDC, ZSCS en ZSSK "Duikbril“ of "brilslang“ zijn bijnamen voor de markantste dieselloc van het voormalige Tsjecho-Slowakije. Hun bijnamen kregen deze locomotieven door hun eigenzinnige uiterlijk met de randloze machinistencabines. Om het tekort aan trajectdiesellocs voor het passagiersverkeer bij de Tsjecho-Slowaakse spoorwegen ČSD te verhelpen, ontwikkelde de Tsjecho-Slowaakse locfabriek ČKD eind jaren 60 serie T478.3. De basis vormde het vorige model, de T478.1. Deze nieuwe dieselelektrische machine moest zo'n 72 ton wegen en reizigerstreinen met een topsnelheid van 100 km/h kunnen trekken. Veel beproefde componenten zijn van serie T478.1 overgenomen, zoals het complete onderstel, de vormgeving van het hoofdframe en de machineruimte, de hydrostatische aandrijving van de koelluchtventilatoren en stoomgenerator PG 500. De locomotiefbehuizing kreeg echter een modern, door industrieel ontwerpers ontworpen uiterlijk met twee eindcabines. ČKD ontwikkelde ook de nieuwe dieselmotor type K 12 V 230 DR. Tussen 1969 en 1977 werden in totaal 408 serielocomotieven als T478.3 (met stoomverwarming) gebouwd en vanaf 1988 als serie 753 volgens het nieuwe nummerschema in de inventaris van ČSD opgenomen. Na de bouw in 1975 van twee prototypes met hoger vermogen werd in 1979/1980 nog een reeks van 84 exemplaren van serie T478.4 met elektrische verwarming nageleverd, die door ČSD als serie 754 in het nieuwe nummerschema werden ingedeeld. Tussen 1991 en 1995 werden 163 machines uit serie 753 in de nieuwe serie 750 ingedeeld en van elektrische verwarming voorzien met hetzelfde indelingsnummer. Na de splitsing van Tsjecho-Slowakije op 1 januari 1993 werd circa 75% van de "duikbrillen" eigendom van de nieuwe Tsjechische spoorwegen ČD, terwijl het resterende kwart door de nieuw gevormde Slowaakse spoorwegen ŽSR in gebruik werd genomen. In 2001 verkocht de ČD 57 locs uit serie 753 aan Inekon Holding in Praag. Daar werden de "brilslangen" gemoderniseerd en vanaf 2003 vooral aan particuliere Italiaanse spoorwegbedrijven verkocht. Negen machines kregen een gebruikte, langzaam draaiende 6-cilinder ČKD-motor, 31 locs een nieuwe Caterpillar-motor "3512 B DITA“ en een nieuwe elektrische installatie van Siemens. De laatstgenoemde werden vervolgens serie 753.7 genoemd. Hiervan nam het Italiaanse Ferrovie Nord Milano (FNM) 18 exemplaren over, als serie DE 520. In een vergelijkbare vorm zijn intussen meer locs voor de particuliere Tsjechische spoorwegbedrijven AWT en Unipetrol Doprava en voor Güterverkehrssparte ČDC van de Tsjechische staatsspoorwegen ongebouwd.